Skip to the main content

Veel Gestelde Vragen

eID in de zorg

TVS staat voor ToegangsVerleningService.

De TVS is een “routeringsvoorziening” en heeft primair tot doel de zorgdienstverleners te ‘ontzorgen’ door het bieden van 1 technisch/functioneel koppelvlak, 1 contract (met 1 aanspreekpunt) en 1 heldere kostenstructuur.

TVS is gereed gemaakt voor de inzet in het gehele zorgdomein. Via de TVS worden alle eID-voorzieningen (inclusief eIDAS), die via de Wet Digitale Overheid (WDO) verplicht moeten worden gebruikt, aangeboden via 1 koppelvlak.

Zowel zorgaanbieders als leveranciers doorlopen een aantal stappen om een TVS-aansluiting te realiseren. We hebben het aansluitproces zowel voor zorgaanbieders als leveranciers uitgewerkt. Meer over de TVS >

Vanaf september 2018 moeten Europese burgers en bedrijven bij alle Nederlandse organisaties in de publieke sector kunnen inl​oggen met hun eigen nationale inlogmiddel. In de zorgsector geldt dit voor onder andere alle UMC’s en zorgverzekeraars. Op digitaleoverheid.nl kunt u meer lezen over de eIDAS-verordening.

De ICT leverancier/afdeling implementeert in het softwarepakket van de zorgpartij:
– de functionaliteit om authenticatie via TVS te kunnen uitvoeren;
– een technische koppeling tussen TVS en het softwarepakket;
– voor systemen/platforms die meerdere zorgpartijen ondersteunen: een ingeregelde aansluiting per zorgpartij (definitie conform Wet Toelating Zorginstelling).

Huisartsenzorg

Ja, ieder samenwerkingsverband en ICT-leverancier kan zich aanmelden voor het testen van uitwisselingen.

Deze is in ontwikkeling. Eerst wordt met de nieuwe techniek de verwijzingen gepubliceerd.

Ga hiervoor naar PGO.

Ga hiervoor naar VZVZ.

Ja, toestemming is nodig voor het raadplegen van de waarneemgegevens bij de huisarts. Ga hiervoor naar volgjezorg.

Ga hiervoor naar VZVZ.

SNOMED CT

SNOMED is hét internationale medische terminologiestelsel van en voor zorgprofessionals. Het bevat ca. 370.000 medische begrippen en hun synoniemen. 265.000 termen daarvan zijn in het Nederlands beschikbaar en daarmee zijn alle voor Nederland relevante SNOMED-termen vertaald.

SNOMED kun je zien als een woordenboek met extra’s. Elke term heeft een unieke code en daarbij hebben veel termen onderlinge relaties. SNOMED is belangrijk voor Eenheid van Taal in de zorg en maakt het mogelijk zorginformatie eenduidig vast te leggen en uit te wisselen of te hergebruiken. Zodat zorgprofessional, patiënt en computer elkaar begrijpen.

De SNOMED-termen kunnen in de directe patiëntenzorg worden toegepast voor het vastleggen van klachten, symptomen, omstandigheden, ziekteprocessen, interventies, diagnoses, resultaten en besluitvorming. Zorginformatie die eenduidig in een elektronisch patiëntdossier wordt vastgelegd en onder de motorkap is gekoppeld aan SNOMED, is uitermate geschikt voor overdracht en hergebruik.

Doordat in SNOMED veel termen onderling zijn gerelateerd, leent SNOMED zich ook voor innovatieve producten zoals beslissingsondersteuning en kunstmatige intelligentie. Met SNOMED verbinden en innoveren we de zorg.

Ja het is een 1 op 1 mapping, de mapping is dus twee kanten op te gebruiken. Alle GMDN-termen hebben een koppeling naar SNOMED CT. Echter, niet alle SNOMED CT-concepten hebben een koppeling naar GMDN.

  • Zoek in de mappingsfile (locatie = Snapshot/Refsets/Map/ der2_sRefset_SimpleMapSnapshot_NL_{datum}.txt) van de SNOMED CT release de GMDN-SNOMED CT koppelingen (refsetId=52791000146100).
  • Zoek de GMDN in de koppelingen (kolom maptarget), als deze wordt gevonden en actief is (kolom active=1), dan kan de SNOMED conceptID (kolom referencedComponentID) worden overgenomen.

Voor meer detailinformatie over de mapping

zie: https://www.nictiz.nl/standaardisatie/terminologiecentrum/referentielijsten/inbouwen-snomed-referentieset/

  • Zoek in de mappingsfile (locatie = Snapshot/Refsets/Map/ der2_sRefset_SimpleMapSnapshot_NL_{datum}.txt) van de SNOMED CT release de GMDN-SNOMED CT koppelingen (refsetId=52791000146100).
  • Zoek de GMDN in de koppelingen (kolom maptarget), als deze wordt gevonden en actief is (kolom active=1), dan kan de SNOMED conceptID (kolom referencedComponentID) worden overgenomen.

Voor meer detailinformatie over de mapping

zie: https://www.nictiz.nl/standaardisatie/terminologiecentrum/referentielijsten/inbouwen-snomed-referentieset/

  • Zoek in de beschrijvingenfile (locatie = Snapshot/Terminology/ sct2_Description_Snapshot_NL_{datum}.txt) de beschrijvingen met behulp van het conceptID.
  • Zoek in de taalreferentieset (locatie = Snapshot/Refsets/Language/ der2_cRefset_LanguageSnapshot_NL_20180331.txt met behulp van de gevonden descriptionIDs de Nederlandse voorkeursterm (acceptabilityID=900000000000548007) en eventueel synoniemen (acceptabilityID=900000000000549004).

Let wel: nog niet alle SNOMED CT-concepten met een GMDN-koppeling zijn vertaald. In dat geval zijn er dan ook geen beschrijvingen te vinden in de Nederlandse taalreferentieset.

Voor meer detailinformatie over de beschrijvingenfile en taalreferentieset zie: https://www.nictiz.nl/standaardisatie/terminologiecentrum/referentielijsten/inbouwen-snomed-referentieset/

In de mappinglijst staan alle mappings GMDN – SNOMED CT. Dus alle GMDN-codes, ook die geen betrekking hebben op de inclusielijst, kunnen met de mappingstabel naar SNOMED CT omgezet worden. In de referentielijst (refsetID 52801000146101) staan alleen SNOMED CT concepten die betrekking hebben op de inclusielijst.

Waar kan ik de SNOMED release downloaden?

Informatie hierover kunt u hier vinden:

https://www.nictiz.nl/standaardisatie/terminologiecentrum/snomed-ct/licenties-en-downloads/

Tabblad ‘NL-HC’ in het bestand van GS1 datasource healthcare.

Dan gaat de vertaling van veld:

  • 1.001 ‘GS1-artikelcode (GTIN)’ naar
  • 2.037 ‘Aanvullende classificatiesysteem code’ = 35 (GMDN) en
  • 2.037-1 ‘Aanvullende classificatiesysteem’  = GMDN code

Het is inderdaad zo dat als een concept inactief is in de refset (waarde 0) dat deze niet meer aangeboden hoeft te worden aan het LIR. De ingangsdatum is dan de datum van de release. Dit staat los van of het concept inactief is of niet. Een veelvoorkomende reden om een concept inactief te maken in de refset is omdat het concept inactief geworden is in SNOMED. Het is dus van belang om bij elke release te kijken of er iets gewijzigd is in de refset, dit kan je in de Delta zien. Er kan ook iets toegevoegd zijn aan de mappingstabel. In de snapshot staat dan de waarheid van de betreffende release.

Zibs - Algemeen

Een Zorginformatiebouwsteen (zib) definieert in detail een (klinisch) concept, dat relevant is in het zorgproces. Zibs zijn gebaseerd op een internationale standaard (ISO13972). De belangrijkste onderdelen van een zib zijn de concept-beschrijving en het informatiemodel.

Zibs zijn een middel om eenheid van taal te bereiken. En eenheid van taal is noodzakelijk om het doel, namelijk het hergebruiken van informatie uit het zorgproces te bereiken. Dat hergebruik van informatie kan zijn ten dienste van het zorgproces zelf, maar ook ten dienste van bijvoorbeeld kwaliteitsverbetering en klinisch onderzoek.

Nee. De hoofdgedachte achter de zibs – namelijk om de betekenis van (klinische) concepten te beschrijven los van technische keuzes en los van implementaties – heet internationaal ‘clinical modelling’. Deze gedachte heeft internationaal veel aandacht en vind je onder meer terug in FHIR, Archetypes (OpenEHR), CIMI en Clinical Element Models van Intermountain Healthcare. Daarnaast gebruiken de zibs een internationaal, gestandaardiseerd format; en zijn zibs gebaseerd op (voldoen aan) een internationale ISO standaard: ISO13972, Clinical Information Models (CIM’s).

Jazeker. Je zou kunnen zeggen dat er vrijwel geen zib of onderdeel van een zib bestaat waarbij geen gebruik is gemaakt van bestaande standaarden. Zo is bij het opstellen van de eerste release van de zibs in 2013 vooral gebruik gemaakt van HL7 Continuity of Care Record (CCR); een toen veel gebruikte Amerikaanse standaard. N.B. In 2013 bestond HL7 FHIR nog niet en trok HL7 CCR veel aandacht. Ook wordt bij het opstellen van zibs gebruik gemaakt van bijvoorbeeld OpenEHR, IHE, HL7, SNOMED CT, maar, indien relevant, ook van bestaande nationale standaarden, zoals NHG-tabellen, G-standaarden etc.

De resources en profielen van HL7 FHIR beschrijven, net als de zibs, weliswaar conceptueel klinische concepten, maar zijn gebonden aan een specifiek technisch format voor uitwisseling, namelijk HL7 FHIR. Dat geldt niet voor de zibs: de zibs zijn techniek onafhankelijk. In de ISO-standaard over de zibs (CIM’s), namelijk ISO13972, staat beschreven hoe zibs zich verhouden tot HL7 FHIR Resources en hoe je komt vanuit een zib tot een Resource in FHIR of een Archetype in OpenEHR.

SNOMED CT is een terminologiestelsel, waarbinnen losse klinische concepten hiërarchisch zijn ingedeeld volgens een aantal hoofdcategorieën, zoals bijv. Disorder, Finding, Body structure, Procedure, Observable entity. SNOMED beperkt zich tot de eigenschappen van deze losse concepten op zich en definieert geen informatie modellen die zijn toegesneden op verzamelingen van losse concepten, die samen een bovenliggend klinisch concept beschrijven. Een van de belangrijkste elementen in een zib, namelijk het informatiemodel, ontbreekt in SNOMED CT.

Zibs - Beheer

Voor de inrichting van het beheer van de zibs wordt een NEN-standaard (NEN7522) gebruikt. Daarbij worden verschillende rollen onderscheiden, zoals ‘eigenaar’, ‘expert’, ‘functioneel beheerder’, ‘autorisator’. Die verschillende rollen zijn bij verschillende partijen belegd. Zo is de functioneel beheerder Nictiz en is de rol van autorisator belegd bij de Autorisatieraad zibs. Voor alle verdere informatie over hoe het beheer van de zibs werkt, bekijk de pagina over het beheerproces zibs.

De term ‘kandidaat-zib’ wordt gebruikt voor een concept (een groep samenhangende gegevenselementen), waarvan is vastgesteld dat er nog geen zib van is. Voor de groep gegevenselementen is geen bestaande zib geschikt om via een wijzigingsvoorstel deze gegevenselementen aan toe te voegen. Er is wel van vastgesteld dat er sprake is van (potentieel) hergebruik. Er bestaat een procedure om een kandidaat-zib aan te melden en af te handelen: zie het document ‘aanmelden kandidaat zib‘. Ook is er een register van kandidaat-zibs, zie hier.

Als we internationaal kijken, dan zijn er eigenlijk 2 doelen te benoemen, die we zouden willen nastreven:

  1. De methode (de aanpak) van de zibs zou internationaal verankerd moeten zijn. Daarvoor is inmiddels een belangrijke start gemaakt, doordat er een formele ISO-standaard over de zibs beschikbaar is: ISO13972.
  2. Er zou van elk (klinisch) concept internationaal maar 1 zib (CIM) moeten bestaan en goed beheerd moeten worden. Bijvoorbeeld voor ‘Bloeddruk’, immers de informatie over het concept Bloeddruk zou in elk land hetzelfde moeten zijn.
    Nictiz is, vooral in Europa, bezig om dit internationaal te organiseren. Maar dat is een lang en stroperig traject, omdat elk land, net als wij in Nederland hebben gedaan, eerst binnen zijn eigen landsgrenzen de acceptatie en de toepassing van zibs (CIMs) wil organiseren.

Uiteindelijk is de autorisator (de Autorisatieraad zibs) degene die de besluiten neemt. Maar dat doet de Autorisatieraad zibs op basis van input van experts, waaronder architecten en zorgverleners en op basis van input van de functioneel beheerder van de zibs. Alle informatie die nodig is bij de besluitvorming, is openbaar en transparant beschikbaar in een tool (BITS), zie: https://bits.nictiz.nl/projects/ZIB/issues

In het beheer van de zibs is afgesproken dat er geen domein specifieke zibs (CIMs) mogen bestaan voor concepten, waar al een zib van is, die onder het landelijk beheer valt.

Wel kan ook van concepten, waar (nog) geen landelijke zib van bestaat, de afspraak gemaakt worden dat tijdelijk een specifiek domein een eerste versie van een nieuwe zib gebruikt, die dus op die manier tijdelijk domein specifiek is.

Nieuwe publicaties van de zibs (altijd alle zibs samen) gebeuren in het algemeen niet frequenter dan eens in de 2 a 3 jaar. Gekoppeld aan (en volgend op) publicaties van de zibs worden altijd versies van andere standaarden, zoals generieke FHIR-profielen en de BgZ gepubliceerd. Het mechanisme van pre-Publicaties is geïntroduceerd om wijzigingen op bestaande zibs of nieuwe zibs bekend te maken en beschikbaar te stellen. Pre-Publicaties van de zibs gebeurt in het algemeen enkele keren per jaar.

Zibs - Inhoud en toepassing

Zibs beschrijven de informatie die bij een bepaald (klinisch) concept hoort. Dit gebeurt met zorgvuldig gedefinieerde termen die zoveel mogelijk herkenbaar zijn voor zorgverleners en patiënten. Een belangrijk onderdeel van een zib is het informatiemodel. Op het moment dat je de informatie uit het model gedigitaliseerd wilt opslaan, verwerken, gebruiken, overdragen, etc., moet je technische keuzes maken. Bijvoorbeeld: technische keuzes in het EPD, keuzes in het technische formaat van overdracht, etc. De betekenis van de klinische concepten van de zibs moet echter binnen elke technische keuze dezelfde zijn. We zeggen dan ook dat zibs onafhankelijk zijn van de techniek.

Zibs beschrijven de informatie, die bij een bepaald (klinisch) concept hoort, zoveel mogelijk in herkenbare termen van de zorgverleners en de patiënten. Een belangrijk principe achter de zibs is dat de informatie die bij het klinische concept van de zibs hoort, in meerdere situaties dezelfde betekenis heeft. Bijvoorbeeld: de gegevens over het lichaamsgewicht van de patiënt (aantal kilo’s, hoe het is gemeten en door wie, etc.) weerspiegelt dezelfde informatie tijdens een poliklinisch consult als tijdens een opname op een klinische afdeling. We zeggen dan dat de zib ‘Lichaamsgewicht’ situatieonafhankelijk is.

Nee. Niet elk gegevenselement (van een gegevensset) hoeft te worden afgedekt door een zib. Bepalend is of een gegevenselement alleen in een specifieke toepassing wordt gebruikt of dat er sprake is van (potentieel) meervoudig gebruik van dit gegevenselement in meerdere toepassingen. Om antwoord te geven op deze vraag is een document opgesteld de ‘Richtlijnen bij afwezigheid zibs’.

Een concreet aantal te verwachten zibs is niet te noemen. Op dit moment zijn er rond de honderd ibs gepubliceerd. Omdat (nog) niet voor alle klinische concepten zibs beschikbaar zijn, groeit het aantal zibs naar verwachting nog. Het totale aantal zorgbrede zibs op termijn, is lastig te voorspellen. Het uiteindelijke aantal ontwikkelde zibs zal zeker niet meer dan duizend zijn.

De Basisgegevensset Zorg (BgZ) is een gedefinieerde gegevensset van patiënt gerelateerde (medische) gegevens waarvan door zorgverleners is bepaald dat die specialisme, ziektebeeld en beroepsgroep overstijgend relevant is en van belang voor de continuïteit van zorg. De BgZ is gebaseerd op de zibs.

Alle zibs bevatten impliciet een aantal basiselementen. Deze basiselementen zijn in de informatiemodellen van de afzonderlijke bouwstenen in de meeste gevallen niet opgenomen, maar worden wel verondersteld aanwezig te zijn. Het betreft concepten die meer technisch van aard zijn. De concepten hebben vaak geen of weinig klinische relevantie, maar voor de eenduidigheid en de herleidbaarheid van de gegevens zijn ze wel noodzakelijk. In de gevallen waarin deze elementen wél een klinische betekenis hebben, zijn ze meestal wel expliciet in de bouwsteenmodellen zichtbaar.

SNOMED CT is een internationaal, medisch terminologiestelsel. In SNOMED CT vind je veel (medische) termen met hun synoniemen, en de verbanden tussen deze termen. In de zibs wordt veel gebruik gemaakt van SNOMED CT. Bij gegevenselementen van een zib wordt vaak gebruik gemaakt van SNOMED CT om de betekenis te beschrijven van zo’n gegevenselement. Daarnaast vind je SNOMED CT in de zibs terug bij een waardenlijst bij een gegevenselement: om de betekenis van de elementen in een waardenlijst te bepalen wordt dan verwezen naar SNOMED CT.

Zib-blauwdruks zijn constructies ‘achter de schermen’ die de consistentie van zibs moeten bevorderen en de implementatie van zibs faciliteren.

Een zib-blauwdruk is in feite een sjabloon voor een groep van zibs die veel gemeenschappelijke dataelementen hebben. Het is voor de consistentie en voor de implementatie wenselijk om de individuele zibs binnen zo’n groep volgens een vaste structuur te definiëren. Dit heeft de volgende voordelen:

  • Het consequent en systematisch ontwerpen van individuele zibs volgens het sjabloon. Er ontstaat geen onnodige variatie in structuur en naamgeving. Ook is de kans kleiner dat data-elementen over het hoofd worden gezien.
  • zibs met veel overeenkomsten zijn zo ook efficiënt en consequent te reviewen.
  • Een leverancier kan zijn implementatie baseren op de structuur van de zib-blauwdruk (het sjabloon). Dit betekent minder ontwikkelinspanning en grotere betrouwbaarheid bij implementatie van de van het sjabloon afgeleide zibs door de leverancier.

Een informatiestandaard is een verzameling afspraken voor een bepaald zorgproces. Die verzameling afspraken moet ervoor zorgen dat de informatie die van belang is bij dat zorgproces, met de juiste kwaliteit kan worden vastgelegd, opgevraagd, gedeeld, uitgewisseld en overgedragen. Binnen een informatiestandaard wordt aan de hand van een gegevensset afgesproken welke gegevenselementen relevant zijn voor de betreffende informatiestandaard. Bij het samenstellen van de gegevensset worden de elementen waar mogelijk gerepresenteerd door zibs. Daarnaast kunnen extra gegevens worden toegevoegd die alleen voor een specifiek zorgproces gelden en niet zorgbreed zijn. Informatiestandaarden combineren dus zorgbrede gegevens (op basis van zibs) met losse, specifieke gegevens voor een bepaald zorgproces.

Ja, de zibs zijn zorgbreed van aard geformuleerd. Elke zib beschrijft een (klinisch) concept, dat meerdere gegevens in zich herbergt met een afgesproken inhoud, structuur en onderlinge relaties. De zibs zijn daardoor in de aard zorgbreed. Neem bijvoorbeeld de zib AllergieIntollerantie, die de allergieën van de patiënt beschrijft. De informatie over de allergieën van een patiënt is onafhankelijk van de sector of setting waarin de patiënt op dat moment zorg ontvangt
NB. Wanneer een zib nog niet in alle zorgsectoren toepasbaar blijkt, is het mogelijk om wijzigingen of aanvullingen voor te stellen.

Nee. Het belangrijkste onderdeel van een zib is – naast de tekstuele definitie – het informatiemodel. Het informatiemodel van een zib beschrijft welke gegevenselementen bij het concept horen, wat ze betekenen en hoe ze zich tot elkaar verhouden. Bijvoorbeeld, de zib LabUitslag bevat gegevenselementen over de laboratoriumbepaling, de uitslag, de meeteenheid, het soort monster, etc. Pas bij de afspraken over een informatiestandaard waarbinnen een zib als LabUitslag wordt gebruikt, worden afspraken gemaakt over welke Labuitslagen tot de gegevensset van de Informatiestandaard behoort (bijvoorbeeld: zijn dat alle of alleen de laatste?). Een zib beschrijft dus het informatiemodel van ‘LabUitslag’ maar niet welke laboratoriumuitslagen erin voor moeten komen want dat is de inhoud/vulling. Dat is immers afhankelijk van de toepassing en implementatie.

Als algemene regel bevat een zib een verwijzing als deze relevant is voor het rootconcept.

Er zijn zibs die niet op zichzelf staan en waarnaar alleen verwezen wordt vanuit een andere zib. In zo’n situatie kan het zijn dat de zorgverlener wel relevant is voor het rootconcept van zib A, maar bij een verwijzing naar zib B niet meer gespecificeerd hoeft te worden in zib B.

De zib MedicatieAfpsraak heeft een verwijzing naar Zorgverlener, omdat het relevant is welke zorgverlener de voorschrijver is. De zib Gebruiksinstructie staat niet op zichzelf. Een instance van gebruiksinstructie hoort altijd bij een bepaalde instance van een medicatiefaspraak. De zorgverlener van de medicatieafspraak geldt daarmee ook voor de gebruiksinstructie.

In principe heeft elke zib betrekking op de patiënt waarover gegevens worden uitgewisseld. Alleen als de patiënt zelf een actieve rol speelt in de gegevens die worden uitgewisseld en waarbij het relevant is om die rol te specificeren, zal de zib een verwijzing hebben naar de patiënt.

Bij een MedicatieAfspraak is het niet nodig om een verwijzing naar de patiënt op te nemen. De medicatie is bedoeld voor de patiënt. Bij een ZorgAfspraak kan de patiënt een rol spelen in het maken van de afspraken en daarnaast kan de patiënt zelf een rol hebben in het uitvoeren van de afgesproken activiteiten. Daarom is het in de zib ZorgAfspraak van belang om de rol van de Patiënt als mogelijke deelnemer aan de afspraak en aan de uitvoering daarvan te kunnen specificeren.

Ik wil graag

Contact opnemen

Ik wil graag

Met een expert praten

Vrijblijvend

Contact opnemen met Nictiz

Ga naar boven

Volg ons